© 2026 Rentokil Initial plc is onderworpen aan de Belgische wetgeving. Alle rechten voorbehouden. Wettelijke vermeldingen.
Voorraadinsecten, zoals kevers en voedselmotten, kunnen opgeslagen voedingsmiddelen aantasten en vervuilen. Bedrijven beperken het risico door producten en leveringen te controleren, opslagruimtes schoon te houden en insectenactiviteit systematisch op te volgen. Geïntegreerd ongediertebeheer (IPM) combineert die preventie met gerichte bestrijding wanneer nodig. Zo helpt een vroege aanpak om voedselveiligheidsrisico’s, voorraadverlies en verstoring van de bedrijfswerking te beperken.
Voorraadinsecten (Stored Product Insects, SPI) veroorzaken aanzienlijke economische schade in de voedingssector. Ze kunnen in elke fase opduiken: van boerderij en opslag tot transport, verwerking, distributie, winkels, horeca en zelfs bij de consument. Veel van die omgevingen bieden ideale omstandigheden waardoor SPI’s zich het hele jaar door kunnen ontwikkelen.
Risicoproducten: droge en opgeslagen voedingsmiddelen zoals pasta, meel, noten, gedroogd fruit, zaden, koffie, ham, tabak
Veelvoorkomende SPI’s: graankevers (bv. tarwe- en rijstkever), broodkevers, tabakskevers, meelkevers en motten
Signalen: volwassen motten/kevers, larven of poppen, zijdeachtige webben rond rekken of verpakkingen, gaatjes in zakken/verpakkingen
Geïntegreerd Ongediertebeheer (IPM) draait om preventie én gerichte actie. In plaats van enkel te reageren op een plaag, pakt u ook de oorzaak aan: hoe komen SPI’s binnen en waarom vinden ze bij u ideale omstandigheden?
Zorg dat SPI’s zo moeilijk mogelijk binnen raken. Start met een grondige inspectie, gevolgd door structurele aanbevelingen (afdichting, herstel en verbeteringen). Aanbevelingen van techniekers kunnen worden vastgelegd in myRentokil zodat u ze makkelijk kan opvolgen.
SPI’s gedijen waar voedselbronnen, stof, morsingen en schuilplaatsen aanwezig zijn. Door die bronnen te beperken (hygiëne, opslagdiscipline, housekeeping) verkleint u het risico op ontwikkeling en verspreiding.
Een besmetting begint vaak klein (bv. één zak of pallet grondstoffen) en kan zonder snelle detectie snel uitgroeien. Regelmatige controles en doeltreffende monitoring zorgen voor vroege signalering en gerichte ingrepen.
Als SPI’s worden vastgesteld, bepalen Rentokil-experten—op basis van soort, omvang en locatie—de juiste aanpak. Bij beperkte besmetting volstaat soms een lokale behandeling; bij een wijdverspreide plaag kan een volledige ruimtebehandeling nodig zijn. Doel: productbesmetting vermijden én uw werking zo weinig mogelijk verstoren.
Rentokil Heat Treatment is een veilig, niet-toxisch alternatief voor klassieke gasbehandelingen/begassing. Het is doeltreffend tegen een brede waaier insectenplagen, waaronder voorraadinsecten (SPI) en werkt in alle levensstadia, ook bij resistente stadia zoals eitjes en poppen.
Droge, overdraagbare warmte wordt in het afgesloten besmette gebied gebracht
De ruimte en inhoud worden gecontroleerd verwarmd tot 56–60 °C
Strategisch geplaatste sensoren volgen en registreren het proces, met een rapport als bewijs van correcte uitvoering
Een belangrijk voordeel: behandelde ruimtes kunnen na afloop opnieuw in gebruik worden genomen (na afkoeling)
Geen chemische residu’s of geuren
SPI’s kunnen geen resistentie ontwikkelen tegen hitte
Vaak volstaat één behandeling, met minimale verstoring van de bedrijfsvoering
Bij voorraadinsecten is "voorkomen is beter dan genezen" geen loos begrip, maar pure noodzaak. Een kleine, onopgemerkte besmetting in een hoekje van het magazijn kan zich razendsnel verspreiden naar de volledige voorraad, met enorme economische verliezen, recalls en reputatieschade tot gevolg. Door in te zetten op een proactieve IPM-aanpak en innovatieve, gifvrije methoden zoals hittebehandeling, beschermt u niet alleen uw producten, maar ook de continuïteit en het imago van uw onderneming.
Voorraadinsecten kunnen binnenkomen via besmette grondstoffen, voedingsmiddelen of leveringen. Een besmetting kan aanvankelijk beperkt blijven tot één verpakking of pallet en daardoor onopgemerkt blijven. Controleer inkomende goederen op insecten, larven, spinsels en beschadigde verpakkingen voordat u ze opslaat of verwerkt.
Zonder verdachte producten af en gebruik of verplaats ze niet verder binnen uw bedrijf. Controleer ook de omliggende voorraad en opslagruimte op sporen. Laat de insectensoort en de omvang van de besmetting beoordelen, zodat u gericht kunt ingrijpen en verdere verspreiding beperkt.
Een hittebehandeling bestrijdt een bestaande besmetting, maar voorkomt niet dat voorraadinsecten opnieuw binnenkomen via besmette producten. Blijvende preventie vraagt daarom ook om controles van leveringen, goede opslaghygiëne en monitoring. Een IPM-aanpak combineert deze maatregelen met gerichte bestrijding wanneer nodig.
Bestrijdt insecten in al hun levensstadia