© 2026 Rentokil Initial plc is onderworpen aan de Belgische wetgeving. Alle rechten voorbehouden. Wettelijke vermeldingen.
Ziet u kleine, snelle insecten met een langwerpig lichaam in uw woning of bedrijf? Dan worden ze vaak ‘zilvervisjes’ genoemd. In werkelijkheid kan het gaan om verschillende nauw verwante soorten, zoals het gewone zilvervisje, het papiervisje of het ovenvisje.
Hoewel deze insecten sterk op elkaar lijken, verschillen ze in hun voorkeur voor vocht, warmte en schuilplaatsen. Ook het risico op schade is niet voor elke soort hetzelfde. Een correcte herkenning helpt om de meest geschikte aanpak te bepalen.
Rentokil onderzoekt welke soort vermoedelijk aanwezig is, waar de activiteit zich voordoet en welke omstandigheden de overlast in stand houden. Op basis daarvan adviseren we een oplossing op maat.
Het gewone zilvervisje, ook wel suikergast genoemd, is de soort die het vaakst wordt aangetroffen in vochtige ruimtes in Belgische woningen en gebouwen. U ziet het vooral in badkamers, toiletten, keukens, kelders en wasruimtes.
Meestal 7 tot 12 mm lang
Langwerpig, plat lichaam met een zilvergrijze glans
Relatief glad lichaam met fijne schubben
Twee lange voelsprieten
Drie staartdraden aan het achterlijf
Een vrouwtje legt eitjes in donkere, beschutte naden en kieren. Uit de eitjes komen nimfen die al sterk op volwassen zilvervisjes lijken, maar kleiner en lichter van kleur zijn. Zilvervisjes vervellen meerdere keren en blijven ook als volwassen insect vervellen. Hun ontwikkeling en levensduur worden sterk beïnvloed door temperatuur en luchtvochtigheid.
Gewone zilvervisjes zijn vooral een teken dat een ruimte langdurig vochtig is of onvoldoende geventileerd wordt. Ze kunnen zich voeden met zetmeelhoudende resten, behanglijm, papier, schimmels en organisch stof. In beperkte aantallen veroorzaken ze meestal weinig schade, maar bij grotere aantallen kunnen ze behang, papier, boeken en verpakkingen aantasten.
Het papiervisje komt ook in België voor en wordt vaak verward met het gewone zilvervisje. Deze soort is echter minder afhankelijk van vocht en kan zich ook handhaven in droge, verwarmde ruimtes. Papiervisjes worden onder meer aangetroffen in woonkamers, slaapkamers, kantoren, opslagruimtes, bibliotheken en archieven.
Meestal 10 tot 15 mm lang, exclusief antennes en staartdraden
Grijs tot donkergrijs lichaam
Duidelijk behaard uiterlijk
Twee lange voelsprieten
Drie zeer lange staartdraden, vaak minstens even lang als het lichaam
Papiervisjes leggen hun eitjes in kieren, holle wanden, onder plinten en andere beschermde schuilplaatsen. De jonge dieren lijken op volwassen exemplaren en vervellen tijdens hun ontwikkeling meerdere keren. Ook volwassen papiervisjes blijven vervellen. De soort ontwikkelt zich relatief langzaam en kan meerdere jaren leven, waardoor een populatie lange tijd verborgen aanwezig kan blijven.
Papiervisjes kunnen papier, karton, boeken, documenten, behang, foto’s, etiketten en verpakkingen aantasten. Dat is vooral een risico in archieven, bibliotheken, kantoren, opslagplaatsen en omgevingen met waardevolle collecties. Omdat papiervisjes niet uitsluitend vochtige omstandigheden nodig hebben, volstaat ventileren alleen meestal niet om een probleem op te lossen. Ook het beperken van schuilplaatsen en verspreidingsroutes is belangrijk.
Het ovenvisje komt minder vaak voor in gewone woningen, maar kan aanwezig zijn op plaatsen met een constante, hoge temperatuur. Denk aan technische ruimtes, verwarmingsinstallaties, productieomgevingen en zones in de buurt van ovens of warme leidingen.
Meestal 10 tot 12 mm lang
Langwerpig, plat en vleugelloos lichaam
Bruin tot grijsbruin, vaak met een gevlekt patroon
Twee lange voelsprieten
Drie lange staartdraden aan het achterlijf
Ovenvisjes leggen eitjes in warme, beschutte naden en kieren. De jonge dieren lijken op de volwassen insecten en groeien via meerdere vervellingen. Hoge temperaturen bevorderen hun ontwikkeling. Volwassen ovenvisjes kunnen één tot meerdere jaren leven.
Ovenvisjes zoeken warme schuilplaatsen en kunnen zich voeden met zetmeel, papier, behanglijm, textielvezels en andere organische resten. Bij grotere aantallen kunnen ze schade veroorzaken aan papier, boeken, behang of bepaalde textielsoorten. De aanpak richt zich daarom niet alleen op de aanwezige insecten, maar ook op warme schuilplaatsen en toegankelijke naden en kieren.