© 2026 Rentokil Initial plc is onderworpen aan de Belgische wetgeving. Alle rechten voorbehouden. Wettelijke vermeldingen.
Textielinsecten zijn insecten waarvan de larven natuurlijke materialen aantasten. Ze voeden zich vooral met vezels die keratine bevatten, zoals wol, bont, veren, dierlijk haar en sommige zijdesoorten. Daardoor kunnen ze schade veroorzaken aan kleding, tapijten, meubelstoffen, opgezette dieren en andere waardevolle textielproducten.
In België zijn vooral motten en tapijtkevers verantwoordelijk voor textielschade. De volwassen insecten veroorzaken meestal weinig of geen schade. Het zijn vooral de larven die zich voeden met natuurlijke vezels en onherstelbare gaten of kale plekken kunnen achterlaten.
Een snelle identificatie van de soort is belangrijk, omdat niet alle textielinsecten dezelfde leefwijze hebben en een aangepaste bestrijding vereisen.
De larven van textielmotten voeden zich met natuurlijke vezels. De volwassen motten eten nauwelijks of helemaal niet en leven voornamelijk om zich voort te planten.
De kleermot is de bekendste en meest voorkomende textielmot in België. Ze veroorzaakt vooral schade aan wollen kleding, tapijten en andere natuurlijke textielproducten die langdurig donker en ongestoord opgeborgen liggen.
Volwassen mot 6 tot 8 mm lang
Goudgeel tot lichtbruin
Egaal gekleurde voorvleugels zonder tekening
Smalle vleugels met fijne franjes
De larven ontwikkelen zich onder meer in:
wollen kleding
tapijten
dekens
bont
veren
opgezette dieren
vilt en andere dierlijke vezels
Alleen de larven veroorzaken schade. Ze voeden zich met keratine, een eiwit dat voorkomt in dierlijke vezels, waardoor onregelmatige gaten in textiel ontstaan. Vooral weinig gebruikte kleding en textiel dat vervuild is met huidschilfers, transpiratie of voedselresten is aantrekkelijk.
De pelsmot komt minder vaak voor dan de kleermot, maar wordt regelmatig aangetroffen in Belgische woningen. In tegenstelling tot de kleermot leven de larven in een zijden kokertje dat ze voortdurend met zich meedragen.
Volwassen mot ongeveer 6 mm lang
Licht- tot donkerbruin met enkele donkere vlekjes
Larven leven in een draagbare zijden koker
De larven voeden zich onder andere met:
wol
bont
veren
dierlijk haar
opgezette dieren
Tijdens hun ontwikkeling vreten de larven ronde of langwerpige gaten in natuurlijke materialen. De soort komt vooral voor op vochtige, donkere en weinig verstoorde plaatsen.
Tapijtkevers behoren tot de familie van de huidkevers (Dermestidae). Niet de volwassen kevers, maar de larven veroorzaken schade aan textiel. Hun lichaam is dicht bezet met haren en ze worden daarom vaak verward met kleine rupsjes.
De gewone tapijtkever behoort tot de meest voorkomende textielplagen in België. De larven kunnen aanzienlijke schade veroorzaken aan natuurlijke materialen in woningen, musea en historische gebouwen.
Volwassen kever ongeveer 3 mm lang
Rond lichaam met een bont patroon van witte, bruine en gele schubben
Larven bruin, sterk behaard en tot 5 mm lang
De larven voeden zich onder meer met:
wol;
tapijten;
bont;
veren;
opgezette dieren;
dode insecten.
De larven schrapen de vezels af en laten kale plekken of onregelmatige beschadigingen achter. Tijdens hun ontwikkeling vervellen ze meerdere keren, waardoor vaak lege larvehuidjes worden teruggevonden.
De pelskever komt regelmatig voor in Belgische woningen en veroorzaakt schade die sterk lijkt op die van de tapijtkever. De ontwikkeling verloopt meestal trager, waardoor een aantasting soms pas laat wordt opgemerkt.
Volwassen kever 4 tot 6 mm lang
Donkerbruin tot zwart
Op elk dekschild één opvallende witte vlek
Larven langwerpig en sterk behaard
De larven ontwikkelen zich onder meer in:
wol;
bont;
veren;
opgezette dieren;
dierlijke huiden;
dode insecten.
De larven voeden zich met materialen die keratine bevatten. Daardoor kunnen ze textiel, museumcollecties en andere voorwerpen van dierlijke oorsprong ernstig beschadigen.
Naast de meest voorkomende motten en tapijtkevers kunnen ook enkele andere insecten schade veroorzaken aan textiel of materialen van dierlijke oorsprong. Deze soorten komen minder vaak voor in woningen, maar worden soms aangetroffen in opslagplaatsen, musea of gebouwen waar organisch materiaal aanwezig is.
De bruine huismot is een algemene mot in België, maar is minder gespecialiseerd dan de kleermot. De larven voeden zich met uiteenlopende organische materialen, waaronder wol, bont, veren, graanproducten, kurk en plantaardig afval. Schade aan textiel ontstaat meestal wanneer geschikte voedselbronnen schaars zijn.
De gewone spekkever leeft voornamelijk van dierlijk materiaal zoals gedroogd vlees, huiden, kadavers en diervoeding. Af en toe tast de larve ook wol, bont of opgezette dieren aan. De soort wordt daarom vooral beschouwd als een materiaalplaag en slechts uitzonderlijk als een echte textielplaag.
De huidkever komt vooral voor op dierlijke resten, huiden, gedroogde vis en opgezette dieren. In woningen veroorzaakt hij zelden schade aan kleding, maar in musea, natuurhistorische collecties en opslagplaatsen kan hij belangrijke schade aanrichten.
De eerste tekenen van een aantasting blijven vaak lange tijd onopgemerkt. Pas wanneer de larven zich gedurende langere tijd hebben ontwikkeld, wordt de schade zichtbaar.
Veel voorkomende aanwijzingen zijn:
onregelmatige gaten in wollen kleding of tapijten
kale plekken in meubelstoffen of vloerbekleding
spinseldraden of zijden kokertjes tussen textiel
vervellingshuidjes van larven
kleine kevers of motten in vensterbanken of rond ramen
Omdat de volwassen insecten meestal weinig of geen schade veroorzaken, is het belangrijk om ook op larven en hun vervellingshuidjes te letten.
Een goede hygiëne en een correcte opslag verkleinen de kans op een aantasting aanzienlijk.
Belangrijke preventieve maatregelen zijn:
bewaar schone wollen kleding in goed afgesloten opbergboxen
stofzuig regelmatig tapijten, plinten en moeilijk bereikbare plaatsen
reinig kleding vóór langdurige opslag
controleer zelden gebruikte kleding en textiel regelmatig
verwijder oude vogelnesten rond de woning wanneer dit veilig en wettelijk is toegestaan
houd opslagruimten droog en goed geventileerd
Een aantasting door textielinsecten blijft vaak lange tijd onopgemerkt. Tegen de tijd dat de eerste gaten zichtbaar worden, kunnen de larven zich al maanden in textiel of andere natuurlijke materialen hebben ontwikkeld.
Daarom werkt Rentokil volgens de principes van Integrated Pest Management (IPM), waarbij inspectie, monitoring, gerichte bestrijding en preventie worden gecombineerd.
Onze specialisten identificeren de verantwoordelijke insectensoort en brengen de omvang van de aantasting in kaart. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de zichtbare schade, maar ook naar de plaatsen waar larven zich ontwikkelen.
Afhankelijk van de soort, de ernst van de aantasting en de omgeving kiest Rentokil de meest geschikte bestrijdingsmethode. Zo wordt de populatie doeltreffend aangepakt met minimale hinder voor bewoners of bedrijfsactiviteiten.
Een duurzame oplossing stopt niet na de behandeling. Rentokil adviseert over hygiëne, opslag en preventieve maatregelen om nieuwe aantastingen te voorkomen. Regelmatige inspecties en opvolging helpen waardevolle kleding, textiel en collecties blijvend te beschermen.
Volwassen motten en tapijtkevers veroorzaken vrijwel geen schade. Het zijn uitsluitend de larven die natuurlijke vezels opeten.
Keratine is een stevig eiwit dat voorkomt in wol, bont, veren en dierlijk haar. Dankzij gespecialiseerde darmmicro-organismen kunnen de larven dit moeilijk verteerbare materiaal als voedsel gebruiken.
Zuiver polyester, nylon en andere synthetische vezels worden normaal niet aangetast. Wel kunnen textielinsecten schade veroorzaken aan kleding die een mengsel van wol en synthetische vezels bevat of vervuild is met huidschilfers, transpiratie of voedselresten.
Veel tapijtkevers ontwikkelen zich oorspronkelijk in vogelnesten. Van daaruit kunnen de volwassen kevers woningen binnendringen en er eitjes leggen op geschikte materialen.
Er zijn veel verschillende soorten textielinsecten die zich tegoed doen aan kleding, tapijten en andere natuurlijke vezels.